15 Sep
2010

Deadly Sins: Making dreams come true.

Met enige vertraging volgt er weer een verslag van de laatste trainingsdagen op 16 en 26 augustus.

16 Augustus. Alles zag er naar uit dat het hevig zou regenen en onweren, dus hadden we de kart al maar min of meer in regenafstelling gegooid voor we vertrokken.
Dit bleek echter niet nodig te zijn, want ter plekke in Genk bleek alles droog. Voorin smaller, achterstabi er weer in, slicks eronder en gaan.
De baan zelf was op bepaalde plekken nog wel vochtig maar na verloop van tijd droogde die dus netjes op, al was de grip ver te zoeken.

Ik kon rekenen op Bas als monteur, waarvoor dank.
Aan het eind van de dag liet de motor het echter afweten, na heel wat proberen begaven ook de koolstaafjes in de starter het.
We besloten dan maar in te pakken gezien het al vrij laat was om nog van blok te wisselen.
(bij het repareren van de starter ineens enkele foto’s genomen, deze komen later op de blog).

Tien dagen later, 26 augustus, was het dan eindelijk wel zover. Regenrijden. Regelrechte katastrofe, al kon ik de bij droogweer snelle Martijn wel min of meer bijhouden na een tweetal stintjes oefenen in de regen.
Enkele keren van de baan gegaan, ketting verloren, veel keer gespind, maar al bij al een leuke en leerrijke ervaring.

Maar jawel. Later op de dag droogde de baan op. Gezien ik zoveel mogelijk rondjes wou rijden niet teveel tijd genomen om de regenafstelling om te gooien. Enkel slicks eronder en wat smaller voorin. De stabi voorin er in gelaten, achterin eruit, achterin smalste, enzovoort.

Wonderwel raakte ik op een nog half vochtige baan en zonder veel “werken” in de kart los onderin de 58s en netjes constant. Voor het eerst voelde ik ook echt lift in het binnenste achterwiel in de bochten.
Waar de kart met “alle grip achterin” (stabi achter, breed achter, …) nog steeds te weinig grip had achterin, had ik met “alle grip voorin” geen enkele last van achterin uitbreken.
Integendeel, het ging allemaal veel fijner. Ik kon later insturen, stuurde sneller en fijner in, en brak niet uit.

But… Whatever can go wrong, will go wrong, ik verloor lap per lap remkracht. Spacers op het systeem gestoken, maar ook na 3 ronden had ik weer geen remkracht.
Echter wel blijven rondrijden zonder remmen, afremmen moest maar gebeuren door de voorbanden te scrubben en veel kracht op het stuur te brengen.
Opnieuw wonderwel: ik bleef maar lage 58 draaien.

Na een drie of viertal stints remloos rijden toch maar huiswaarts gekeerd, en we kunnen terugblikken op een geslaagde dag.

Door omstandigheden niet veel tijd gehad me afgelopen twee weken bezig te houden met het karten, maar vandaag dan toch maar een kijkje genomen naar de remmen. De rempomp blijkt te lekken, vandaar dus het tekort aan remkracht.

Tot zover de verslagen van deze twee trainingsdagen. Tijd voor een korte evaluatie van de deadly sins in de voorgaande artikels.

Beter plannen zat er niet in, om de eenvoudige reden dat ik in het onbekende gestort werd (eerste keer regenrijden, rijden zonder remmen). Het was dus puur op gevoel rijden, en dat heeft me verdomme deugd gedaan )). Het gevoel van terug aan het begin van de weg te staan, de grenzen aftasten, nieuwe dingen moeten proberen, … Bijgevolg was de concentratie dus ook meteen weer op en top. Dus dit punt is op dit moment al geslaagd.

Later en harder remmen was het tweede werkpunt. Bij gebrek aan remmen valt deze dus niet te beoordelen, maar ik vond dat ik het zeker niet slecht heb gedaan om zonder remmen te rijden.

Betere houding in de bocht was het derde puntje. Dit is van onnoemelijk belang tijdens het regenrijden. Door hierop te letten bij het regenrijden ging in het ook automatisch doen bij het droogweer rijden en ik werd er wel toe verplicht ivm weinig remkracht. Ook een hele verbetering in gebracht met andere woorden.

Gereedschap beter ordenen. We hebben ons daarbij een meer gestructureerde gereedschapskist / lades aangeschaft en het verschil in efficiëntie is zowel op de baan als in de garage thuis duidelijk merkbaar. Na enkele uren sleutelen worden we wel wat slordiger, maargoed, dat komt wel in orde als er wat tijd overgaat.

Conditie verbeteren. Deze gaat ook helemaal de goeie kant op voor het moment. Nog niet super, maar er is wel duidelijke verbetering merkbaar. Nu wordt het maar eens tijd om ons streefgewicht van 67.5 kg voor de recreantenrace te halen (nu 74)

Afstelling volledig omgooien. Daar het min of meer behouden van de regensetup was de afstelling van zelves dus helemaal omgegooid en wateen resultaat:o De setup van 26 augustus wordt dus zeker als uitgangsbasis gebruikt voor de volgende training op 25 september in Mariembourg (als remmen in orde raken tegen die tijd) en later op 2 en 3 oktober in Genk.

So, boring bit done. We gaan nu over naar een belangrijker punt, welke overigens niet enkel geldt in karting, maar welke een les is die je je hele leven moet onthouden en op alle vlakken van het leven kan toepassen.
We gaan het hebben over dromen waarmaken.

The vital part: “Don’t work toward the goal, but live the dream”. Vergelijkbaar met “Don’t follow the way of happiness, happiness is the way.” En het is dan ook nog eens hélémaal waar.

Als je niet bereid bent om 24/7 de droom te beleven, dan is het geen droom. Laat staan dat je moet gaan verwachten dat “de droom” zal uitkomen. Als je wat wil bereiken, dan moet je doen wat moet gebeuren.
Moet je een nachtje doorsleutelen om volgende dag te kunnen gaan trainen? Dan moet je dat doen. Moet je dat setje banden hebben maar heb je niet genoeg geld? Ga dan werken. Moet je 700 kilometer rijden om je stukken te gaan ophalen in Nederland en Duitsland? Rij dan 700km.

De énige mogelijke restrictie is dat je van je ouders afhangt, in geen enkel ander geval mag er een excuus zijn om je droom niet te kunnen bereiken. In elk geval dat je een zogezegd excuus hebt, zeg je tegen jezelf: “ik ben niet bereid om tot het uiterste te gaan om mijn doel te bereiken”.

Leef je droom. Als je je droom wil bereiken zal quasi alles in functie ervan moeten zijn. Zeker als het om een tijd- en geldrovende sport als karting gaat, zal je bereid moeten zijn alles te geven.

Het is dan ook handig dat je weet waaraan je begint als je een droom hebt. Een droom bestaat uit verschillende doelen. Laat ons zeggen dat we in de Formule 1 willen rijden, prima. Dan kan je jezelf enkele doelen gaan stellen.
Het winnen van een amateursrace, vervolgens opklimmen naar de subtop van de Chrono om het volgende jaar de Chrono te winnen. Europese gaan rijden. WSK gaan rijden. Formule Ford, F3000, GP2, and finally Formula One.

Een hele lijst met tussenstappen om je uiteindelijke droom te doen uitkomen en er gaat een hele tijd over. Daarom deel je die droom dus op in doelen, en die ga je elf afzonderlijk naar toewerken.
Wil je je eerste amateurrace winnen? Dan moet je bijvoorbeeld een respectabel gewicht hebben, geld ophoesten voor voldoende trainingsdagen, goede banden, … En moet je daarom elke ochtend om 6 uur een uur gaan joggen? Dan doe je dat. Moet je daarom elke dag een uur overwerken? Dan doe je dat.

Ben je niet bereid je volledig te geven? Dan zal je je droom niet waarmaken. Dan kan je je beter “half geven” aan de hobby dan “driekwart” aan de droom, want dan verlies je sowieso.

Doe je dit met volle plezier, dan werk je ook niet meer naar doelen toe, maar dan (be)leef je de hele droom van letterlijk en figuurlijk start tot finish. Motivatie is de sleutel naar de start, passie is de sleutel tot de finish.

Blijkt het toch niet te lukken, ondanks dat je alles hebt geprobeerd? Dan heb je waarschijnlijk niet hard genoeg geprobeerd. Slechts in heel weinig gevallen kan je het tegendeel zeggen bij falen.
Maar, in élke mogelijke situatie, losstaand of je nu hard genoeg hebt geprobeerd of niet: het is beter spijt te hebben van dingen die je gedaan / geprobeerd hebt, dan van dingen die je niet gedaan of geprobeerd hebt. Op je sterfbed zal je niet denken aan alle stommiteiten die je begaan hebt in je leven, maar wel aan de dingen die je niet hebt gedaan in je leven.

10 Aug
2010

Deadly Sins: Te weinig planning en concentratie. Houding. Mentaliteit.

Vorig weekend hebben we met enkele mensen een leuk weekend gehad aan de kartbaan in Genk. (Verslag van Bas zou volgen). Vrijdag werd er niet zoveel gereden (opzetten van de tent, beetje sleutelen, en dan wat problemen met de remmen), maar zaterdag en zondag ging alles behoorlijk goed.

In het vorige artikel uit deze reeks: Imiteren, veel denken, weinig doen / proberen haalde ik enkele van de grootste van men pijnpunten aan. Vorig weekend heb ik hier trachten aan te werken, en toch wel met enig resultaat. Ondanks een overvolle baan, veel junioren en “L”-en (stage bij Karting Genk of iets dergelijks) is het me toch gelukt terug in de 57s te duiken, waar ik voordien weer met moeite onder de 59 kwam.

De werkpunten waren: 

  • Wat ondernemen bij herhaaldelijk dezelfde fout maken
  • Even laten bezinken, concentreren, vooraleer te vertrekken
  • Routinegevoel eruit proberen krijgen
  • Uitpluizen wat ik precies doe (remzones, acceleratiepunten, …)

Best te beginnen met een korte evaluatie dus. Achteraf bekeken leek het routinegevoel mij de grootste boosdoener. Het zit er nog wat in, maar het is bijgeschaafd. Met andere woorden: ik heb nu een routinegevoel op een betere lijn. Dit is al een vooruitgang, maar het routinegevoel moet er gewoon af.

Het even concentreren voor het vertrekken was iets wat ik onmogelijk niet kon doen nu. Dit heeft me ook wel goed geholpen denk ik. Op zaterdag ook vaak 10 rondjes gereden, even binnen gekomen (maar in kart blijven zitten), korte evaluatie maken van waar beter kan, waar wat proberen, en dan terug vertrekken voor 2 à 3 snelle ronden. Ik kon in deze snelle ronden nooit een lekkere tijd zetten omdat er in élk van de ronden altijd wel één trage rijder was die de bochtencombinatie omzeep hielp, maar algemeen gezien ging de rest van de lap dan wel pakken beter.

Uitpluizen wat ik precies doe is me niet 100% gelukt. Er heeft niemand kunnen filmen en ik heb de kans niet gehad met een onboard camera te rijden. Toch heb ik met een iets groter bewustzijn gereden en is het me toch gelukt een en ander te achterhalen en dat brengt ons meteen bij het laatste werkpuntje: wat ondernemen als je herhaaldelijk dezelfde fout maakt.
 

Bas sprak me hierop ook aan, en hij vond in het vorige artikel ook niet echt een concrete oplossing voor dit probleem dat vele rijders zouden kennen. Ik denk dat herhaaldelijk dezelfde fout maken vooral te maken heeft met dat routine gevoel, en dat je meer moet weten wat je doet. Eens je die twee hebt bereikt komen we bij wat anders waartoe ik zélf aanbelandt ben: meer concentreren tijdens het rijden en meer plannen tijdens het rijden. Maar hierover later meer.
Ikzelf heb vorig weekend al wat kunnen ondernemen op de plekken waar ik steeds dezelfde fout maakte, door gewoon ietsje meer te plannen tijdens het rijden (twee bochten op voorhand al denken: die bocht moet ik het zus of zo proberen). 

Natuurlijk verliep dit nog niet optimaal en dat brengt ons dus bij de werkpunten voor volgende training.  Met de hulp van wat andere mensen (Guido, Bas, Martijn, …) zijn er weer heel wat deadly sins boven water gekomen. 


Deadly Sin 4: Het grootste probleem, wat ik uit eigen ondervinding, wat Bas aangaf en wat Martijn deed, is de mentaliteit geweest voor dat raceweekend. Er was veel volk op de baan, zowel sneller als trager volk. Ik was op de lange duur daarmee meer bezig dan met het rijden zelf. Ik zocht een gat tussen twee treintjes om wat snelle rondjes te kunnen rijden. Maarja, de rijders voor jou zijn dan weer junioren die je zo bijhaalt, en achter je zitten schakels, en na een halve lap zit je weer in een hele hoop karts verwikkeld en uiteindelijk heb je dan enkel karts voorbij gelaten en zelf niet gereden.
Met andere woorden: Meer gaan rijden om te rijden. Niet achter mini’s / junioren / leerlingen rijden, maar elk gat nemen dat ze weggeven en als ze alle deuren sluiten, een tikje geven en klaar ermee. 
Als ik merk dat er schakels 50 meter achter me zitten, niet per direct inhouden en ze voor laten gaan, maar gewoon doorrijden tot ze dicht genoeg zijn om ze voor te laten zonder zelf al teveel tijd te verliezen. Dus in geen geval achterom gaan kijken of iets dergelijks.


Deadly Sin 5: Te weinig concentreren tijdens het rijden. Ik kon wel hier en daar wat bijschaven als ik me even kon concentreren van voor het rijden, maar tijdens het rijden lukte het me niet spontaan andere lijnen te gaan rijden. Dus ik herviel weer in het 5 keer op rij dezelfde fout maken. 
De sleutel tot het doorbreken van die 5 keer dezelfde fout is volgens mij meer gaan plannen tijdens het rijden. Als je niet tevreden bent over je lijnen en je andere lijnen wil nemen, moet je deze al goed indenken op de rechte stukken voor de komende bochtencombinatie(s). Volgens mij is het anders heel moeilijk om nog andere lijnen te gaan rijden als je niet minstens 2 bochten op voorhand gaat plannen.
Dit geldt overigens ook bij het inhalen. Het manoeuvre zelf moet minstens 2-3 bochten op voorhand gepland zijn.


Deadly Sin 6: Te vroeg remmen en slechte houding in de bocht. Waarom zou je 100% grip nodig hebben in een bocht als je diezelfde bocht ook met 50% grip door kan komen en er sneller bij kan wezen?
Guido wist me dit te zeggen nadat ik hem gevraagd had me enkele rondjes in de gaten te houden tijdens het rijden: Vloeiende lijnen, maar ga toch eens later en harder op die rem staan.
En inderdaad, ik rem in een 2-3tal bochten echt veel te vlug. Oplossing: Nail the pedal. De achteras moet in bepaalde bochten (bijvoorbeeld pitsbocht in Genk, chicane aan Europalaan in Genk) gewoon vast gaan.
De reden waarom me dit tot nu toe niet lukte is omdat ik wat grip tekort leek te hebben, maar met mijn houding alleen kan ik al veel oplossen volgens mij. Door zoveel mogelijk naar achteren te leunen leg ik meer gewicht op de achteras (extra grip achterin) en als we dan ook nog wat meer naar buiten kunnen leunen krijgen we ook nog eens meer “lift” in het binnenste achterwiel waardoor we sneller om de bocht kunnen.


Alle andere voorlopige werkpunten voor volgende training, of beter gezegd: naar de toekomst toe in het algemeen, bevinden zich volgens mij naast de baan.


Deadly Sin 7: Er zit geen logica in de rangschikking van het gereedschap waarmee we sleutelen. Alles los in een gereedschapskist gedropt, en telkens we wat nodig hebben is het dus zoeken en zoeken.
Deze tip komt van Basjuh: orde in de chaos scheppen. Vanaf nu op dezelfde manier proberen sleutelen want zijn manier van werken op weekend beviel me wel. Een lade met sleutels, een met imbussen, een met schroevendraaiers, een met tangen, … Netjes rangschikken op grootte enzovoort, en dat werkt al vele malen sneller. Gereedschap dat je uithaalt, hebt je vaak binnen de kortste keren ook weer nodig, daarom niet meteen weer opbergen in lades, maar netjes naast elkaar op een schaaltje. Zo ligt alles netjes bij elkaar en heb je het toch snel bij de hand.
Tot nu toe deed ik dit enkel bij het sleutelen aan de motorblokken (gezien je daar liever geen vuiligheid en dergelijke in hebt), maar voortaal dus gewoon voor alles netjes werken, ook op de baan.


Deadly Sin 8: Lack of fitness. Ik ga wel al enige tijd lopen, maar sinds even merk ik ook niet echt meer vooruitgang.
Dan heb je twee oplossingen: een beter cardioschema uitwerken, of een oude liefde terug oppikken. Ik ben voor de tweede optie gegaan. De halterstangen, schijven, bankjes en racks maar eens opgepoetst en de trainingsruimte weer even ingericht en terug gaan krachttrainen. Hoewel uithoudingsvermogen daarbij niet de hoofdzaak is, merkte ik dat mijn uithoudingsvermogen beter was toen ik aan krachttraining deed, dan dat ik nu ga lopen of fietsen.


Deadly Sin 9: Vastroesten in een cruise-afstelling.
Sinds ik de nieuwe kart heb, was het heel wat zoeken naar een afstelling met goeie grip. Nu heb ik een afstelling die bijna altijd grip oplevert, maar ook zoals tervoren gezegd: waarom de bocht omgaan met 100% als je sneller kan met 50% grip.
Bas gaf me de raad eens de hele afstelling om te gooien, en tussen elke stint terug om te gooien, en zo eens na te gaan wat het beste werkt.
Mijn verdeler zijn ook iets in die aard: een afstelling die goeie grip levert is niet per se een goeie afstelling, omdat je bij te veel grip bijvoorbeeld ook nog trager de bocht uitkomt enzovoort.
Volgende keer dus tussen elke stint gewoon eens wat proberen met stabi’s, stoelsteunen, hoogte achteras, breedte van de kart, …


De volgende training is gepland op maandag 16 augustus in Genk. Werkpunten zullen dus zijn:

  • Beter plannen en concentreren tijdens het rijden
  • Later en harder remmen
  • Betere houding in de bocht (achter/opzij leunen)
  • Gereedschap beter ordenen
  • Conditie verbeteren
  • Afstelling meer dan eens volledig omgooien

23 Jul
2010

Deadly Sins: Immiteren. Veel denken. Weinig proberen / doen.

Het eerste artikel in deze reeks over Deadly Sins in de kartsport gaat over de juiste dingen doen.

Toen ik merkte dat het niet meer liep hoe het hoorde te lopen, ben ik begonnen met het bekijken van andere rijders. Het perfecte medium daarvoor lijkt Youtube, en grote wedstrijden gaan kijken. Veel kijken naar motoren die ongeveer gelijk zijn met mijn eigen motor. De KF3′s lopen vrij gelijk met een PRD, dus vooral hun in het oog gehouden.

Remzones bekeken, acceleratiepunten bekeken en vergeleken, vervolgens proberen imiteren. Maar nee, het gaat er nog niet beter om. Integendeel

Deadly Sin 1: Imiteer geen andere rijders hun rijstijl of probeer niet dezelfde remzones, acceleratiepunten aan te nemen, tenzij je exact met dezelfde motor, hetzelfde chassis, dezelfde afstelling en dezelfde banden rijdt. Let wel op: het kan een goede maatstaf zijn, maar imiteren is uit den boze.

Naast het bekijken van andere rijders heb ik ook wel enkele avonden gespendeerd met een kaart van het circuit in handen. Kijken waar ik precies moet remmen, waar ik op de gas kan, enzovoort.

Maar, achteraf moet ik me bedenken: hoe kan ik precies wéten waar ik moet remmen en accelereren? Ik weet niet eens éxact waar ik dat nu doe.

Deadly Sin 2: Vooraleer je gaat beginnen denken en bijstellen, moet je exact weten hoe het er op dit moment voor staat. Tijdens het rijden kan je nooit de precieze rempunten memoriseren. De ideale oplossing hiervoor is: onboard camera’s, vragen aan iemand om je te filmen terwijl je rijdt naast de baan, …

Vervolgens is er ook echt wel de intentie om iets te doen, uit te proberen, … op het circuit zelf. Maar volgens mij is dit de grootste knoop, het fundamentele probleem.

Ik merk wel dat ik in bocht a en b overstuur heb, en te snel in bocht x en y ga, maar de volgende ronde en de volgende stint doe ik het opnieuw. Hoewel ik dus de intentie heb om iets te doen / proberen, gebeurd er uiteindelijk niets, en maak ik telkens weer opnieuw dezelfde fout.

Deadly Sin 3: Ik ga te snel op de baan. Ik zet de kart op de grond, doe men ribbenbeschermer, handschoenen, helm en nekbeschermer aan, en vertrek meteen. Net zoals bij het maken van de perfecte start, is het belangrijk even tot rust te komen. Bedenk wat je precies wil ondernemen. Het is dus geen goed idee om snelsnel de baan op te gaan als je nog maar een kwartier kan rijden (bijvoorbeeld als de mini’s daarna vrije baan krijgen en jij eraf moet). Wacht dan liever tot jij weer op je gemak de baan op kan, en plan wat je wil doen. Laat het even bezinken. Vergeet ook de juiste houding niet aan te nemen.

Een van de oorzaken van het “niet meer proberen” (Deadly Sin 3), is volgens mij ook dat ik altijd op Genk ga rijden, en daardoor al in een soort routinegevoel rond rijd, in plaats van telkens verder te willen gaan.

Volgende trainingssessie is gepland op vrijdag 30 juli – zondag 1 augustus, en werkpunten zullen dan zijn:

  • Wat ondernemen als ik telkens dezelfde fout maak
  • Even laten bezinken vooraleer te vertrekken
  • Het routinegevoel eruit proberen krijgen
  • Uitpluizen wat ik précies doe op de baan (remzones, acceleratiepunten, …) en daarmee dan aan de slag gaan voor de volgende trainingssessie. 

‹ Ga naar vorig artikel in de reeks

    23 Jul
    2010

    Deadly Sins in de kartsport

    Even terug hadden we het over 5 kartzonden waaraan we ons wel eens laten vangen tijdens het rijden. Er zijn er echter nog veel meer.

    Na de laatste update over de stand van zaken hier, is er weel heel wat gebeurd. Krukas van de motor was gebarsten. Nieuw chassis gekocht. Nieuwe motor gekocht. Motor met gebarsten krukas is op reparatie.
    Maar toch… Er komt maar geen verbetering in de tijden. Integendeel zelfs.

    De laatste keren rijden waren de tijden gewoon te beschamend om op te noemen. Het is dus hoog tijd voor een analyse van wat er allemaal mis gaat, wat we eraan kunnen doen, en hoe we het zullen aanpakken.
    Dit proces wil ik dan ook graag met jullie delen, gezien ik vast niet de enige ben die een dipje kent in zijn kartcarrière.

    Er komen deze zomervakantie nog heel wat trainingsdagen, en elke trainingsdag zullen we tenvolle proberen benutten om uit dit dal te kruipen, “The edge” terug te vinden, op de limiet te gaan rijden, en uiteindelijk weer de tijden te verbeteren.

    Na elke trainingsdag volgt er dus een analyse en een plan om de volgende training aan te vatten. Met andere woorden, “Deadly sins in de kartsport” zal een hele reeks nuttig artikels zijn die beginners als uitgangsbasis kunnen gebruiken om op te bouwen en hopelijk een hulp voor karters die in een dipje zitten.

    Ga naar het volgende artikel in de reeks ›

    Nieuwsbrief

    Schrijf je in op de gratis nieuwsbrief en kom nog meer praktische tips & tricks te weten!